« gerelateerde sites
Verzekeren is duur maar ook
goedkoop als aansprakelijkheid
wordt vastgesteld.....
Een “onrechtmatige daad” is een toerekenbare onrechtmatige gedraging van een persoon, een onderneming of de overheid, waardoor schade is veroorzaakt. De veroorzaker van de schade moet deze vergoeden, zo bepaalt wet- en regelgeving over de onrechtmatige daad.
Artikel 6:162 BW regelt de onrechtmatige daad.
Artikel 6:162 BW luidt:
Op grond van dit wetsartikel dient voor aansprakelijkheid aan een vijftal eisen te zijn voldaan.
Een schadeveroorzakende gedraging wordt als onrechtmatig gekwalificeerd wanneer:
Onder het begrip “recht” wordt verstaan “eens ander subjectief recht”. Daaronder vallen persoonlijkheidsrechten en vermogensrechten. Voorbeelden van persoonlijkheidsrechten zijn: het recht op privacy, het recht op lichamelijke integriteit en het recht op leven. Onder vermogensrecht wordt verstaan de absolute rechten zoals eigendom, rechten op voortbrengselen van de geest en de rechten van de huurder en pachter.
Onder een wettelijke plicht valt ieder wettelijk voorschrift. Zowel een wet in formele als een wet in materiële zin valt hieronder. Maar ook een rechtstreeks werkende verdragsbepaling. Handelen of nalaten in strijd met een gemeentelijke verordening kan op deze grond onrechtmatig zijn en derhalve een onrechtmatige daad opleveren.
Strafrechtelijk handelen is in beginsel onrechtmatig handelen en derhalve tevens het plegen van een onrechtmatige daad.
In de praktijk is strijd met de betamelijkheid- of zorgvuldigheidsnormen de belangrijkste vorm van onrechtmatigheid en een onrechtmatige daad. Invulling van ongeschreven zorgvuldigheidsnormen vindt plaats in de rechtspraak en jurisprudentie. Een concrete situatie moet dan uitkomst bieden wanneer een ongeschreven zorgvuldigheidsnorm is overtreden.
De rechter bepaald aan de hand van concrete omstandigheden van het geval of een handelen of een nalaten een onrechtmatige daad oplevert. Doorslaggevend is de beantwoording van de vraag of het handelen of nalaten schending is van een maatschappelijke zorgvuldigheidsnorm.
Uit de praktijk blijken de navolgende gedragingen maatschappelijk onzorgvuldig te zijn.
Onder gevaarzetting wordt verstaan het scheppen of laten voortduren van een gevaarlijke situatie. Van onrechtmatigheid is slechts sprake wanneer de mate van waarschijnlijkheid van een ongeval als gevolg van het gevaarzettend gedrag zo groot is, dat de dader zich naar maatstaven van zorgvuldigheid van dat gevaarscheppend gedrag had moeten onthouden.
Criteria gevaarzetting
Als aan de hiervoor genoemde criteria is voldaan is de kans groot dat de rechter handelen of nalaten kwalificeert als het plegen van een onrechtmatige daad.
Niet elke hinder levert een onrechtmatige daad op. Een zekere mate van hinder moet geduld worden. Of hinder een onrechtmatige daad oplevert hangt af van:
Bij beroepsfouten toetst de rechter de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot mag worden verwacht. Niet iedere beroepsfout levert een onrechtmatige daad op. Dat is afhankelijk van vele factoren.
Voor meer informatie over beroepsfouten klik hier
Bij onrechtmatige publicaties moet de rechter een belangenafweging maken tussen het recht op vrijheid van meningsuiting en het recht op bescherming van de eer en goede naam en de persoonlijke levenssfeer. De omstandigheden van het geval bepalen in concreto welke van deze belangen de doorslag behoort te geven
Onder oneerlijke concurrentie wordt verstaan gedragingen die tot gevolg hebben dat de goodwill van een onderneming in strijd met daarvoor in acht te nemen zorgvuldigheidsnormen wordt benadeeld. Zo staat het een ex-werknemer niet vrij om concurrentiegevoelige informatie aan derden te verschaffen.
Voor de vaststelling dat er sprake is van ongeoorloofde werknemersconcurrentie moet in ieder geval voldaan zijn aan de navolgende vereisten.
Een rechtvaardigingsgrond zorgt ervoor dat de onrechtmatigheid van een gedraging wordt weggenomen. Dat kan als er sprake is van:
Ontbreekt een van de hiervoor genoemde rechtvaardigingsgronden dan is bij een vastgestelde onrechtmatigheid van de gedraging er sprake van een onrechtmatige daad met aansprakelijkheid.
Voor aansprakelijkheid op grond van een onrechtmatige gedraging is nodig dat de daad aan de persoon die hem verrichtte, kan worden toegerekend. Onrechtmatigheid heeft betrekking op de daad en toerekening heeft betrekking op de dader. Een toerekenbare onrechtmatige daad wordt in de wet ook een “fout” genoemd. Op grond van de wet kan een daad aan een dader worden toegerekend indien zij te wijten is aan:
Bij de onrechtmatige daad houdt schuld in verwijtbaarheid. De dader moet een verwijt zijn te maken. Volgens jurisprudentie mag het begrip “schuld” geobjectiveerd worden naar wat een normaal mens mag worden verweten.
Ook al heeft de dader een geestelijke stoornis dan staat volgens de wet dat een toerekening aan de dader met een geestelijke stoornis niet in de weg. (artikel6:165 BW)
Verkeersopvattingen brengen met zich mee dat bijvoorbeeld een onervaren bestuurder van een auto toch aansprakelijk gehouden kan worden voor een aanrijding die veroorzaakt is dooronervarenheid. Deze categorie van situaties waarbij van toerekenbaarheid wordt uitgegaan wordt vaak gebruikt voor gevallen waarbij persoonlijke verwijtbaarheid ontbreekt, maar aansprakelijkheid wel wenselijk is. Jurisprudentie vult aan de hand van concrete situaties nader in welke situaties er wel en niet onder vallen.
Er zijn 2 bijzondere gevallen van niet-toerekenbaarheid van een daad aan een dader.
Een schulduitsluitingsgrond betreft de verwijtbaarheid van de daad aan de dader en is daarmee een vraag naar toerekening. In geval van noodweer exces zijn de grenzen van de noodzakelijke verdediging overschreden zonder dat hiervan de dader een verwijt kan worden gemaakt. In de situatie van een onbevoegd gegeven ambtelijk bevel ontbreekt de schuld slechts, indien het bevel redelijkerwijs als bevoegd gegeven mocht worden opgevat.